tekst & interpretatie


adres
EENENTWINTIG


Borneolaan 29
NL 1019 HW AMSTERDAM
+31 (0) 6 45 320 120
info[at]eenentwintig.org







1

2

Wij zijn passanten in een landschap.
Ons troosten is te klein.

3

"Much of life for many people, even in the heart of the First World, still consists of waiting in a bus-shelter with your shopping for a bus that never comes."
4








profiel
Raymond Frenken (1977) is eindredacteur van Kunstbeeld - tijdschrift over moderne en hedendaagse kunst - en redacteur van Tubelight - tijdschrift voor hedendaagse kunst. Ook schrijft hij over dans, theater en media. Als curator organiseert hij activiteiten en projecten op het gebied van deze kunstdisciplines.

Raymond Frenken (1977) is managing editor of Kunstbeeld - magazine for modern and contemporary art - and editor of Tubelight - magazine for contemporary art. He also writes about dance, theatre and media.
As curator he organises activities and projects in these fields of interest.


1 [beeld]: Martine Verstraete, uit Anonieme reizigers, 2006
2 [beeld]: Bebulaki / Daniel Racovitan @ Flickr.com, 2007
3 [tekst]: Johanna Kruit, uit Voorheen te Orisande, 1987
4 [tekst]: Doreen Massey, in James Donald, Imagining the Modern City, 1999








opdrachtgevers [selectie]


Kunstbeeld magazine
Tubelight magazine
Holland Festival
Springdance/festival
Domein voor Kunstkritiek

Kunsten '92 - vereniging voor kunst, cultuur en erfgoed
Stimuleringsfonds Nederlandse culturele omroepproducties
Universiteit van Tilburg / Univers
Festival Jonge Harten
Festival Cement




publicaties [selectie]


01.11.2008
'Maak plaats voor de nieuwe performance' - artikel Playground Festival, STUK, Leuven
, Kunstbeeld #11-2008

01.09.2008
'WOOFF! WOOFF!' - recensie 'Pierroting' (Karen Sargsyan en 't Barre Land), Galerie Juliètte Jongma,
Kunstbeeld #9-2008

01.09.2008
'More Ice, Please' - recensie Findings on Ice,
Kunstbeeld #9-2008

28.07.2008
'Beeldenstormster op hakken' - recensie Cristina Lucas bij stedelijk Museum Schiedam,
Tubelight #57

08.05.2008
'Een keuze - Art Amsterdam' - Helen Verhoeven, Peter Martensen, Carla  van de Puttelaar,
Tubelight.nl

30.03.2008

'Dierlijke omhelzingen' - recensie Sarah van den Dungen in het noordbrabants Museum
, Tubelight #55

01.11.2007
Eindredactie + tekstbijdragen: interviews met Niels Post, Jeroen Broekmeijer, René van Hertum, Youping Zhu, Mirjam de Klerk en Ghalia Elsrakbi, TNT Post Agenda 2008

27.10.2007
Bijdrage over het werk van Ghalia Elsrakbi in Masters of Rietveld - Dutch Design in the 21st Century by the Sandberg Institute, Stichting All Media, 2007

18.10.2007
'Kleurloze rat hunkert naar liefde' - recensie voorstelling We Save No Lives door De Enthousiasten, Univers #9, 2007

18.10.2007
'Catwalk voor vernieuwende beelden' - interview Leon van Rooij (Playgrounds Festival), Univers #9, 2007

08.09.2007
'You Are Me And We Are All Together' - recensie expositie Learning To Love You More van Miranda July in MU, Tubelight #52

01.07.2007
'Any resemblance to real-life characters is purely accidental - on being Anja Müller (2)', beschouwing performance Me, My Army and Harvey van Anja Müller, Dance Unlimited Amsterdam

20-05-2007
'The Performer Is The Medium', beschouwing performance The Sensation Is Real van Nicole Beutler, De Appel Amsterdam

30-04-2007
'Stad in het schemerduister' - recensie film De stad en het verlangen van Marjoleine Boonstra, Tubelight #50

01-04-2007
'Binnen de lijntjes kleuren' - recensie project Axicolor (Nieuwegein) van AX710, Lucasx #2, 2007

01-04-2007
'Videowall als geveldecoratie' - recensie videowall Stadsschouwburg Utrecht, Lucasx #2, 2007

12-02-2007
'I, A.M. - on being Anja Müller' - beschouwing performance I4 van Anja Müller, Dance Unlimited Amsterdam

20-11-2006
'Coaching in het amateurtheater: een noodzakelijk goed' - artikel n.a.v. coachingsproject Theaterwerk NL, Theater NV

01-10-2006
Artikel over IDFA documentaireworkshop, Actueel, nieuwsbrief Stimuleringsfonds

01-09-2006
'Net als in de kerk, toekomstverwachtingen voor het Nederlandse theater' (met Claartje van den Broek) - bijdrage Theaterjaarboek 2006, Theater Instituut Nederland









Het alledaagse is het uitkiezen van een brood, het afwassen van de vaat, het opnemen van de telefoon. Het alledaagse is de opeenstapeling van alle routineuze handelingen, alle onbewuste manieren, alle vergeten strategieën die we inzetten om de dag door te komen. Het alledaagse is eigenlijk dat wat je niet meer ziet, dat wat je niet meer opvalt, waar je niet meer over nadenkt. Dat wat zich zo onmerkbaar in je hele doen en laten heeft genesteld dat je er intuïtief mee kunt omgaan zonder dat het zichtbaar is voor jezelf.

Wanneer je dan toch wat langer bij je eigen handelen 'verwijlt', zoals Eric de Kuyper het noemt, wanneer je je bewust probeert te worden hóe je het bestek afdroogt, hoe je de tram instapt, welke route je neemt door de stad, verdwijnt het alledaagse, de vanzelfsprekendheid van deze handelingen als sneeuw voor de zon. Dat is de paradox van het alledaagse: wanneer je niet oplet is het er, zodra je er aandacht aan schenkt verdwijnt het. Het ene moment ben je een onbewuste insider, het andere moment een overbewuste buitenstaander die geen toegang meer heeft tot wat zojuist nog voor het grijpen leek. De relatie tot het alledaagse zegt dus alles over je eigen rol, positie en perspectief. Ben je onwetende voorbijganger, en daardoor hoofdrolspeler, of ben je een overbewuste toeschouwer?

Wat geldt voor alledaagse handelingen gaat ook op voor de alledaagse omgeving. Een straat die je viermaal daags oversteekt is alledaags omdat je niet écht goed oplet, je volledig intuïtief je weg vervolgt. Je moet immers snel verder, het stoplicht springt zometeen op rood en die bus moet gehaald. De moderne stadsbewoner is getraind in het negeren van het gewone, het alledaagse. Om te overleven is het veel meer zaak te letten op het ongewone, een levenshouding die de stadsbewoner deelt met de primitieve jager. Dit is de blas� houding van de stedeling, een houding die óók moeite kost en het resultaat is van het zich toegeëigend hebben van de ruimte. Maar zodra je wordt belemmerd in je voortgang, je blik plots ergens aan blijft hangen, vertraagt ons jachtige tempo. De vertrouwde straat verandert in een schouwtoneel en jij wordt tot toerist in eigen stad. Het alledaagse verdampt, lost op.

Uit: Raymond Frenken, 'Tussen het alledaagse en het buitengewone', Etcetera, tijdschrift voor theater, dans, #98 - oktober 2005

5


"Regelmatig stel ik vast dat je, om bewuster met de dingen om je heen om te kunnen gaan, veel rust en tijd nodig hebt. Om de verschillende functies en facetten van de dingen op te kunnen merken, moet je bij ze verwijlen. Als je gejaagd bent - opgejaagd door je werk, het maatschappelijke systeem - dan heb je gewoon geen zin om stil te staan bij, bijvoorbeeld, een blikje. Je grijpt het vast, zet de opener erin en je dient op."

6


5 [beeld]: Marie Snauwaert, Your house, 2003
6 [tekst]: Eric de Kuyper, uit: Dag stoel naast de tafel - kroniek van het dagelijkse, 1991









STAD IN HET SCHEMERDUISTER

In zijn door de orkaan Katrina gehavende huis zit de bejaarde oud-timmerman Herbert Gettridge op de rand van z'n bed. Hij draait aan de knop van een transistorradio. Flarden van een actualiteitenprogramma waarin gepraat wordt over het Midden-Oosten. Als een stem zegt: 'President Bush has...', draait Gettridge snel aan de knop waarna je een oud jazznummer hoort.

In haar film De stad en het verlangen schetst Marjoleine Boonstra een beeld van New Orleans, enkele maanden na de orkaan Katrina. In tegenstelling tot doorsnee journalistieke reportages en documentaires doet ze dit niet door de nadruk te leggen op de materiële gevolgen of inwoners aan het woord te laten over de verschrikkingen tijdens en na de natuurramp. Hierdoor wordt extra duidelijk hoe makkelijk en clichématig de keuzes zijn die nieuws- en actualiteitenprogramma's gewoonlijk maken voor spectaculaire beelden en emo-pornografie. Evenmin vervalt ze in een te opzichtige vorm van engagement. Ze vraagt de inwoners niet naar hun mening over de machthebbers of over de ernstig tekortschietende noodhulp na de orkaan. Het moment waarop de bejaarde Gettridge overschakelt naar een ander radiostation is het enige dat - onbedoeld ironisch - verwijst naar de politieke actualiteit.

Boonstra bewandelt een veel minder voor de hand liggende weg. In gesprekken met inwoners stelt ze ogenschijnlijk simpele vragen over hun dromen, hun verlangens en angsten. Met een verrassende openheid wordt daar antwoord op gegeven. Een man die als één van de weinigen is teruggekeerd naar z'n oude buurt vertelt in het begin van de film over z'n liefde voor zijn overleden moeder. Even later wordt hij door z'n zus ontmaskerd als een leugenachtige drugsverslaafde crackdealer. Als zij weer weg is, verzucht hij: "Het klopt wat ze over me zegt. Maar alles wat ik je zei voor ze kwam, komt uit m'n hart."

Net als in eerder werk, beperkt Boonstra zich in deze film niet tot puur documentair filmmateriaal. De belangrijkste stijlingreep is, dat de portretten worden omkleed met citaten van William Faulkner. In 1925 verbleef hij enkele maanden in New Orleans en schreef hij een aantal korte verhalen met de stad als achtergrond. Ook schreef hij elf heel korte schetsen, niet langer dan een paar honderd woorden, die onder de titel New Orleans verschenen in het literaire blad The Double Dealer. Boonstra gebruikt enkele van deze schetsen om de portretten aaneen te rijgen. De teksten en de beelden gaan een bijna gelijkwaardige relatie met elkaar aan: het één is geen illustratie of verduidelijking van het ander. Eerder is het zo dat er onverwachte verbintenissen optreden. De woorden die Faulkner in 1925 schreef zijn doordesemd met eenzelfde gevoel van teloorgang en vergankelijkheid als de in 2006 gemaakte beelden. Boonstra opent en sluit de film met een citaat waarin Faulkner de stad zelfs vergelijkt met een courtisane wiens schoonheid langzaam verwelkt en die het zonlicht mijdt opdat de illusie van haar vroegere glorie behouden blijft.

Ook met andere middelen worden de fragmenten aaneengesmeed. Op de achtergrond, met muziek van componist Harold Battiste Jr., die zelf ook aan het woord komt. Beeldend, door nachtelijke straatopnames die cameraman Erik van Empel schoot vanuit een traag rijdende auto, die als een boot door de straten lijkt te dobberen. Ook de meeste interviews vinden plaats in het schemerduister, waardoor de hele film ondergedompeld is in een zachtblauw omfloerst waas. Ook hier vermijdt Boonstra al te scherpe zwart-witte tegenstellingen en verkiest ze de nuance.

De film is geen egodocument, waarin de verhouding van de kunstenaar tot zijn omgeving centraal staat. Boonstra doet zich niet voor als autoriteit, als gids die laat zien hoe het wérkelijk is in New Orleans. De filmmaakster is onnadrukkelijk aanwezig en treedt op als relatieve buitenstaander die met haar ogenschijnlijk simpele, in steenkolenengels gestelde, vragen het gesprek op gang brengt. Ook daarin spaart ze zichzelf niet. De wat naïeve vraag aan een bejaarde man zonder benen, wat hij het liefst zou wensen ('mijn benen terug, natuurlijk') heeft de montage overleefd.

Boonstra stelt geen journalistieke vragen, richt zich niet op de 'harde' stad van stenen en statistieken. In plaats daarvan ruimt ze in haar film plek in voor de 'zachte' stad die bestaat uit de dromen en nachtmerries van haar inwoners. Juist daardoor roept Boonstra een sterk gelaagd en indringend beeld op van New Orleans dat de actualiteit overstijgt. Hoewel het onderwerp natuurlijk bijzonder tijd- en plaatsgebonden is, zijn de thema's die worden aangesneden universeel: ontreddering, verlangen naar geborgenheid, dromen van de toekomst tegen het besef van vergankelijkheid in. Wat houdt je op de been?

De personages die Boonstra portretteert, bevinden zich in een figuurlijk schemergebied. Tussen hoop en wanhoop, tussen lachen en huilen, tussen verleden en toekomst, niet verslagen, maar ook niet vechtlustig. Gelaten. Het zijn kleine scharrelaars die weinig materiële (of immateriële) middelen hebben om op de brokstukken van hun verleden te bouwen aan een toekomst. Ze lijken op hun huizen: beschadigd maar niet totaal verwoest. Naast de opengebroken voordeur een merkteken, achtergelaten na een laatste check op overlevenden.

De bejaarde Herbert Gettridge keerde als enige terug in zijn straat, om het door hemzelf gebouwde huis op te knappen. "Mijn vrouw komt terug zodra ik de boel weer op orde heb. Zodra ze er weer in kan, komt ze terug. Maar nu niet, met al die rotzooi voor de deur." Al is zijn huis behoorlijk gehavend, het staat nog overeind. Het huis van de buren ligt volledig in puin. In het verleden heeft hij genoeg verschrikkingen gezien om ook nu weer de moed te vinden door te gaan: "I just keep on stepping, that's the way we say it."


Uit: Raymond Frenken, 'Stad in het schemerduister', Tubelight #50 - april 2007




7



8



9




7-9 [beeld]: Marjoleine Boonstra, De Stad en het Verlangen, 2006 videostills,

courtesy Humanistische Omroep







update: 20081021