Maas / Meuse

Overstroming Meers 1925-1926
Over een afstand van ruim vijftig kilometer worden Nederland en België gescheiden door de Maas: van Maastricht tot aan Maasbracht loopt de grens over het diepste punt van de rivier. Als langste natuurlijke grens tussen beide landen vormt zij een uiterst zichtbare en bepalende barrière. Slechts twee bruggen en een handjevol toeristische pontjes maken grensverkeer mogelijk.

Wat mij intrigeert, zijn de verschillende betekenissen die deze rivier met zich meevoert. Van romantisch landschap tot regelrechte bedreiging. Vanwege haar kronkelige loop en grillige karakter is dit deel van de Maas nagenoeg onbevaarbaar voor schepen. Door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart (1826), het Julianakanaal (1935) en het Albertkanaal (1946) kon de beroepsvaart de rivier letterlijk links laten liggen. Gedurende de negentiende en twintigste eeuw raakte de Grensmaas veronachtzaamd en vervuild; halverwege de jaren negentig noemen natuurbeschermers haar zelfs ‘het kadaver van een rivier’. De overstromingen van 1993 en 1995 die grote delen van Nederlands-Limburg troffen, met name de dorpen Itteren en Borgharen, waren katalysator voor een gezamenlijke aanpak van de Maasproblematiek.

Ik onderzoek op welke manier de Maas het omringende land verbindt en verdeelt. Aanknopingspunt is het Grensmaasproject dat in 2008 van start gegaan is en zo’n vijftien jaar zal duren. Aan Nederlandse en Belgische zijde van de Maas worden maatregelen getroffen om wateroverlast te beperken, onder meer door verbreding van de rivierbedding en de aanleg van overloopgebieden. Deze projecten worden mede gefinancierd door grootschalige zand- en grindwinning uit de rivier. Waar de grondverzetmachines klaar zijn wordt nieuwe, ‘ruige’ natuur gecreëerd. De betrokken overheden en overige partijen hebben weliswaar gezamenlijke doelstellingen geformuleerd, maar de weg daarnaartoe verschilt nogal aan weerszijden van de rivier. Welke belangen spelen een rol? Welke ideeën over watermanagement en natuurbeheer? Welke beslisstructuren?

De research start op basis van literatuuronderzoek van verschillende sociaal-/natuur-/historische bronnen, berichtgeving in regionale kranten en beleidsnota’s. Dit wordt gevolgd door veldverkenningen langs de rivier: te voet, met de fiets, per kano of per boot. Stroomopwaarts van Maaseik tot Ternaaien/Lanaye en stroomafwaarts van Eijsden tot Maasbracht. Daarbij is ruimte voor geplande en toevallige ontmoetingen met waterwerkers en oeverbewoners.

Dit onderzoek wordt ondersteund door een bijdrage van de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs, een initiatief van de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in Nederland en de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Brussel, in samenwerking met de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ).