Gestundete Zeit

«Het arcadische landschap […] vertelt van een eeuwenoude interactie tussen mens en natuur. De mens greep in in de natuur, vormde haar om en maakte haar tot op zekere hoogte dienstbaar. Deze samenwerking tussen mens en natuur resulteerde in een omgeving met een zekere ordening. De landschapselementen, zoals muurtjes, hagen, heggen, houtwallen, akkers, weilanden, en ook de resten natuur die overgebleven zijn, vertonen een bepaalde oriëntatie en samenhang. Het landschap heeft richting. Steeds weet men waar men vandaan komt en waar men naartoe gaat. In dit landschap verdwaalt men niet zo gemakkelijk.

In dit landschap is de wordingsgeschiedenis zichtbaar uitgekristalliseerd. De landschapselementen en de ruimtelijke patronen die ze vormen, vertegenwoordigen de letters en de zinnen van een verhaal. Het arcadische landschap vertelt zo zijn eigen verleden en wel in termen van de menselijke tijd: in jaren, decennia, eeuwen, millennia. In een gelede tijd, of zoals de Duitse dichteres Ingeborg Bachmann dat ooit uitdrukte, in een ‘gestundete Zeit’.1

Door deze in het landschap zichtbaar geworden ‘gestundete Zeit’ krijgt de landschapservaring in het hier en nu onmiddellijk een tijdsdimensie. Het ‘zichtbare nu’ draagt de vervlogen uren in zich. In dit landschap van de gelede tijd kan men zich dan ook steeds in de tijd oriënteren. Arcadië biedt daarom niet alleen oriëntatie in de ruimte maar ook oriëntatie in de tijd: men ervaart in de beschouwing ervan zijn eigen voorgeschiedenis.»

Matthijs Schouten, Le Roy-lezing, TIJD-symposium, 31 oktober 2013

  1. Ingeborg Bachmann, Die gestundete Zeit, in: Anrufung des grossen Bären, R. Piper Verlag, 1956