Tussen het alledaagse en het buitengewone

Marie Snauwaert_huis

Marie Snauwaert, Your house, 2003

“Regelmatig stel ik vast dat je, om bewuster met de dingen om je heen om te kunnen gaan, veel rust en tijd nodig hebt. Om de verschillende functies en facetten van de dingen op te kunnen merken, moet je bij ze verwijlen. Als je gejaagd bent – opgejaagd door je werk, het maatschappelijke systeem – dan heb je gewoon geen zin om stil te staan bij, bijvoorbeeld, een blikje. Je grijpt het vast, zet de opener erin en je dient op.”

Eric de Kuyper, uit: Dag stoel naast de tafel – kroniek van het dagelijkse, 1991

Het alledaagse is het uitkiezen van een brood, het afwassen van de vaat, het opnemen van de telefoon. Het alledaagse is de opeenstapeling van alle routineuze handelingen, alle onbewuste manieren, alle vergeten strategieën die we inzetten om de dag door te komen. Het alledaagse is eigenlijk dat wat je niet meer ziet, dat wat je niet meer opvalt, waar je niet meer over nadenkt. Dat wat zich zo onmerkbaar in je hele doen en laten heeft genesteld dat je er intuïtief mee kunt omgaan zonder dat het zichtbaar is voor jezelf.

Wanneer je dan toch wat langer bij je eigen handelen ‘verwijlt’, zoals Eric de Kuyper het noemt, wanneer je je bewust probeert te worden hóe je het bestek afdroogt, hoe je de tram instapt, welke route je neemt door de stad, verdwijnt het alledaagse, de vanzelfsprekendheid van deze handelingen als sneeuw voor de zon. Dat is de paradox van het alledaagse: wanneer je niet oplet is het er, zodra je er aandacht aan schenkt verdwijnt het. Het ene moment ben je een onbewuste insider, het andere moment een overbewuste buitenstaander die geen toegang meer heeft tot wat zojuist nog voor het grijpen leek. De relatie tot het alledaagse zegt dus alles over je eigen rol, positie en perspectief. Ben je onwetende voorbijganger, en daardoor hoofdrolspeler, of ben je een overbewuste toeschouwer?

Wat geldt voor alledaagse handelingen gaat ook op voor de alledaagse omgeving. Een straat die je viermaal daags oversteekt is alledaags omdat je niet écht goed oplet, je volledig intuïtief je weg vervolgt. Je moet immers snel verder, het stoplicht springt zometeen op rood en die bus moet gehaald. De moderne stadsbewoner is getraind in het negeren van het gewone, het alledaagse. Om te overleven is het veel meer zaak te letten op het ongewone, een levenshouding die de stadsbewoner deelt met de primitieve jager. Dit is de blasé houding van de stedeling, een houding die óók moeite kost en het resultaat is van het zich toegeëigend hebben van de ruimte. Maar zodra je wordt belemmerd in je voortgang, je blik plots ergens aan blijft hangen, vertraagt ons jachtige tempo. De vertrouwde straat verandert in een schouwtoneel en jij wordt tot toerist in eigen stad. Het alledaagse verdampt, lost op.


Uit: ‘Tussen het alledaagse en het buitengewone’, Etcetera, tijdschrift voor theater, dans, #98 – oktober 2005