En boven de polder de nacht


Miriam Donkers, Langerak, 548.950 lumen, 2013

Hoe klinken de foto’s die Miriam Donkers maakte in de Alblasserwaard?
Ze zwijgen.

Andere foto’s praten bedachtzaam, ze zijn rumoerig van straatlawaai of ze ruisen als de natuur. Maar niet deze beelden. Zolang je naar ze kijkt, houden ze hun adem in. Zelfs het gebladerte ritselt niet. In ‘Zo helder is het zelden’ dichtte Gerrit Kouwenaar over het tijdstip dat de stilte zich uitvindt. Dat moment vindt vorm in deze foto’s.

Wie naar de Alblasserwaard gaat, treft een oer-Hollands landschap. Dijken en sloten vangen het laagland in een streng verband. Langs de uiterwaarden rijgt de bebouwing zich aaneen. Molens, oude scheepswerven, dijkwoninkjes en dorpen met namen die je bedachtzaam kunt herkauwen: Langerak, Groot-Ammers, Goudriaan. Verspreid over de binnenwaard liggen grote boerderijen bezonken. En boven de polder een oneindige hemel.

’s Nachts kan het er behoorlijk donker zijn – een zeldzaamheid in Nederland. Het dunbevolkte gebied kent vrijwel geen lichtvervuiling. Langs de Middenpolderweg, die het hart van de Alblasserwaard doorsnijdt, staan weinig straatlantaarns. Om elke lantaarnpaal valt een cirkel van licht, daarbuiten heerst het duister. In een bewolkte nacht heb je als automobilist maar op je koplampen te vertrouwen. Dit trof Miriam Donkers (1985) bij één van haar eerste bezoeken aan de Alblasserwaard. Het werd de kiem van dit fotoproject.

De gemeente Molenwaard (twaalf Alblasserwaardse dorpen en het vestingstadje Nieuwpoort) reageerde welwillend op haar verzoek om informatie over het aantal en de verschillende typen lantaarnpalen per straat. Het leidde tot een enorme hoeveelheid harde data: 973 A4’tjes in totaal. CityTec – het bedrijf dat verantwoordelijk is voor levering en onderhoud van de lantaarns – gaf aan wat de lichtopbrengst is van de gebruikte lampen. Gecombineerd leverde dit een uitgebreid overzicht van de hoeveelheid straatverlichting in deze gemeente. En een besef van de fijnmazige organisatie die schuilgaat achter een prettig verlichte straathoek.

Om de dorre cijfers en letters van deze gegevensverzameling om te zetten in beeld, hanteerde Donkers zelfopgelegde spelregels. Ze selecteerde bijvoorbeeld enkele plekken die buiten het schijnsel van de straatverlichting liggen: een dijkwoning in Langerak, een boerderij in Streefkerk, een loods op het industrieterrein van Groot-Ammers. Tijdens nachtelijke expedities trok zij hiernaartoe, gewapend met camera en een mobiele lichtmast met fors vermogen. De nauwkeurig instelbare schijnwerpers liet zij een enorme hoeveelheid licht uitstorten, gelijk aan de totale lichtopbrengst van het betreffende dorp. Uitsneden van foto’s die zij op andere plaatsen in de gemeente Molenwaard maakte, leidden tot strenge reeksen waarbij het aantal lantaarnpalen of de lichtopbrengst per straat bepalend waren voor de duur en de mate van belichting. Ook portretteerde zij enkele dorpsbewoners in hun woonkamer – bij het licht van slechts één lantaarnpaal.

De werkwijze van Miriam Donkers laat zich misschien rationeel verklaren. Dat geldt niet voor de intrigerende beelden die hieruit voortkomen. De foto’s omsluiten niet alleen het licht, maar ook talloze betekenissen die hiermee samenhangen.

Door de nadrukkelijke situering in de Alblasserwaard – waar het woord van de Bijbel nog levend is – dienen religieuze connotaties zich aan. ‘God is licht,’ schreef bijvoorbeeld de evangelist Johannes, ‘er is in hem geen spoor van duisternis.’ Ook de titel van het project is een indirecte verwijzing naar het orthodox-calvinisme. Het refereert aan En boven de polder de hemel (1977), een toonaangevend onderzoek van antropoloog Jojada Verrips naar de invloed van gereformeerde en hervormde kerkgenootschappen op het Alblasserwaardse dorpsleven. Deze titel ontleende Verrips op zijn beurt aan een streekroman (1938) van Jo van Dorp-Ypma die in hetzelfde gebied gesitueerd is. In dit boek is de romance tussen een boerendochter en een Friese knecht uiteindelijk ondergeschikt aan de liefde van God.

Het scherpe contrast tussen licht en donker doet ook denken aan het clair-obscur, dat schilders in de Renaissance en Barok toepasten om dramatische effecten te bereiken. De belangrijkste personages of details werden tegennatuurlijk fel uitgelicht. Bij de kruisafneming van Rubens bijvoorbeeld, is het lichaam van Christus de bron van een helder licht dat alle andere personen in de schaduw plaatst.

En boven de polder de nacht gaat evengoed over het eigen medium: de fotografie zelf. Donkers maakt de technische voorwaarden van de fotografie tot inzet van haar spel: de belichting, de nadrukkelijke kadrering, de vertaling van het driedimensionale naar een plat oppervlak. In de portretfoto’s die genomen zijn bij het licht van een enkele straatlantaarn: de donkere kamer. Het project maakt manifest dat elke foto een ingreep is.

Hoewel de foto’s buiten genomen zijn, is van die buitenwereld weinig te merken. De ruimte die Miriam Donkers verbeeldt is volledig door haarzelf gedefinieerd. Het oneindig laagland met z’n evenredige stapeling van water, land en lucht wordt in haar foto’s tot een beklemmend interieur. De reeks waarin ze – tot twee driehoekjes teruggesnoeide – foto’s op verschillende manieren belicht, oogt ongenaakbaar. Maar als je er buxusstruiken in herkent, die Donkers aantrof in een voortuin in Goudriaan, proef je het speelse commentaar op de Hollandse hokjesgeest.

En boven de polder de nacht staat open voor deze en nog veel, veel meer verschillende leeswijzen. Dat is de kracht ervan. Het is als de hemel boven de polder: we kunnen ernaar kijken, onze angsten en verlangens erop projecteren – maar we kunnen het niet volledig bevatten. Het werk confronteert ons met de grenzen van het zien en de grenzen van het weten: hoe langer je kijkt, hoe minder goed je weet wat je nu eigenlijk ziet.

De foto’s zelf zwijgen; ze laten het mysterie intact.


In: En boven de polder de nacht (And above the polder the night) – limited edition (100), photography: Miriam Donkers, text: Raymond Frenken, design: Michel van Soest, supported by Mondriaan Fonds and Stroom Den Haag.